test

test

Attentie

De postmaster opleiding tot NVO Orthopedagoog-Generalist

Conform de eisen vanuit de beroepsvereniging omvat de ruim twee jaar durende opleiding in totaal 480 contacturen post-academisch onderwijs waarvan 192 uren diagnostiek, 192 uren indicatiestelling, 48 uren behandeling en 48 uren overige taken. In de opleiding is ervoor gekozen om vanuit een generalistisch standpunt de theorie en vaardigheden aan te bieden. Dit impliceert dat een vertaalslag naar specifieke werkvelden gedaan moet worden binnen de praktijkinstelling en de supervisie. Uitgangspunt voor de invulling van de opleiding zijn de volgende onderdelen zoals geformuleerd in de brochure NVO-registraties van april 2003 van de NVO.





Theorie en vaardigheden
Diagnostiek (192 uren):

Psychodiagnostiek (100 uren):

  • kennis van en inzicht in verstoorde ontwikkeling, opvoeding en opvoedings­context;
  • methodologie van het diagnostisch redeneerproces;
  • inzicht in de onderscheiden diagnostische modellen;
  • psychometrie, constructie van onderzoeksmiddelen;
  • inzicht in de betrouwbaarheid, validiteit en theoretische fundering van vigerende onderzoeksmiddelen;
  • beheersing van de belangrijkste diagnostische middelen.   


Diagnostische vaardigheden (70 uren):

  • gespreksvoering;
  • observatie;
  • rapportage;
  • reflectie, gerelateerd aan wetenschappelijke modellen. 


Reflectief practicum (22 uren):

  • procesaspecten van diagnostiek;
  • reflectie op de diagnostische attitude, inclusief beroepsethische aspecten.


Indicatiestelling (48 uren)

  • overzicht van en inzicht in principes van de onderscheiden orthopedagogische, orthodidactische, psychologische en psychotherapeutische behandelingsvormen;
  • kennis van indicaties en contra-indicaties van de onderscheiden behandelings­vormen;
  • kennis van de organisatie van de hulpverlening en maatschappe­lijke voorzieningen;
  • vaardigheid in het overdragen van de bevindingen aan cliënten en hulpverleners;
  • methodiek van de indicatiestelling.


Behandeling (192 uren)
Interventietechnieken (160 uren):

  • kennis van: leer- en cognitieve theorieën, experiëntiële theorieën, systeemtheorieën, groepsdynamica;
  • kennis van en vaardigheden in het toepassen van hulpverlenings­methodieken die binnen de orthopedagogiek toepasbaar zijn, zowel individueel als systeemgericht;
  • behandelingsplanning;
  • het formuleren, hanteren en bijstellen van behandelingsdoelen;
  • het tot stand brengen en hanteren van de behandelingsrelatie;
  • het herkennen en integreren van voor het behandelingsproces relevante informatie;
  • procesevaluatie;
  • vaardigheid in het hanteren van groepsprocessen;
  • kennis van en inzicht in medicamenteuze, neurologische therapie.


Reflectief practicum (32 uren):

  • procesaspecten van interventies, gerelateerd aan verschillende theorieën;
  • reflectie op de therapeutische attitude, inclusief beroepsethische aspecten.


Overige taken (48 uren)

  • methodologie van praktijkonderzoek;
  • voorlichtingskunde;
  • didactiek;
  • werken in organisatieverband;
  • interdisciplinaire samenwerking;
  • juridische en ethische aspecten;
  • orthopedagogische vraagstelling.


Literatuurstudie & praktijkopdrachten
De 240 uren literatuurstudie en praktijkopdrachten vinden plaats binnen het postacademisch onderwijs. Ter voorbereiding van ieder dagdeel dient literatuur bestudeerd te worden of moeten opdrachten worden voorbereid. De toetsing vindt plaats op verschillende wijzen, waaronder actieve partici­patie, een (take home) toets of een praktijkopdracht. De praktijkopdrachten beogen de afstemming tussen theorie en praktijk te bevorderen en te waarborgen.

Werkervaring
Er moeten minimaal 2790 uren postacademische werkervaring worden opgedaan, waarin orthopedagogische werkzaamheden verricht kunnen worden in een praktijkinstelling. Bij een 32-urige werkweek betreft dit een periode van twee jaar, bij een 24-urige werkweek drie jaar.1 Er dient een diversiteit aan orthopedagogische taken te worden verricht waarbij op minimaal drie van de volgende vijf taak­gebieden ervaring moet worden opgedaan: diagnostiek, behandeling, onderwijs, onderzoek en beleid. Minimaal tweederde van de werktijd moet in evenwichtige verhouding aan diagnostiek en behandeling worden besteed. Binnen de instelling is werkbegeleiding (niet te verwarren met supervisie) verplicht. De werkervaring moet leiden tot de beheersing van zowel het diagnostisch proces, het behandelingsproces als de beheersing van klinische vaardigheden alsmede reflectie hierop. De werkervaring dient te resulteren in het zelfstandig uitvoeren van twee volledig geïntegreerde gevalsbeschrijvingen (diagnostiek en behandeling), volgens de door de NVO opgestelde richtlijnen. De gevalsbeschrijvingen omvatten uitwerkingen van gevarieerde casuïstiek van verklarende dan wel indicerende diagnostiek en directe dan wel indirecte behandeling. Daarnaast moeten er twee integrale reflectie­verslagen worden geschreven, volgens de door de NVO opgestelde richtlijnen.