In het Koninklijk Besluit zijn de vooropleidingseisen vermeld waaraan kandidaten moeten voldoen om toegelaten te kunnen worden tot de opleiding. Tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist wordt slechts toegelaten diegene die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij een doctoraalexamen of een masteropleiding pedagogische wetenschappen, psychologie of gezondheidswetenschappen aan een instelling voor wetenschappelijk onderwijs met goed gevolg heeft afgerond.

Opleidingsonderdelen die deel moeten uitmaken van de hierboven genoemde opleidingen zijn:

  • klinische vaardigheden op het terrein van de psychologie of pedagogiek; en
  • een klinische stage van ten minste 520 uur op het terrein van de psychologie of pedagogiek, ten aanzien van kinderen en jeugdigen en diegenen die betrokken zijn bij hun opvoeding en ontwikkeling; en volwassenen met een orthopedagogische zorgvraag.

Als deze opleidingsonderdelen geen deel uitmaakten van de opleiding die recht geeft op een getuigschrift als hierboven bedoeld, is voor de toelating tot de opleiding tot orthopedagoog-generalist vereist het bezit van een bewijsstuk waaruit blijkt dat voor die onderdelen met goed gevolg een proeve van bekwaamheid op het niveau van een masteropleiding van een instelling voor wetenschappelijk onderwijs is afgelegd.