Het praktijkdeel van de opleiding, de werkervaring, heeft een totale omvang van 2790 uur (inclusief praktijk- en werkbegeleiding) en vindt plaats bij een door de hoofdopleider erkende praktijkopleidingsinstelling. Het praktijkdeel bestaat voor het grootste deel uit praktijkuren die besteed worden aan orthopedagogische diagnostiek, behandeling/begeleiding en indicatiestelling. Van het totaal aantal uren dient minimaal tien procent te worden besteed aan overige taken als bijvoorbeeld beleid, onderwijs en voorlichting.

Praktijkinstellingen binnen alle domeinen van de orthopedagoog-generalist (zie hoofdstuk 1.3) kunnen zich aanmelden bij één van de opleidingsinstellingen om erkend te worden als praktijkopleidingsinstelling voor de opleiding tot orthopedagoog-generalist. De praktijkinstelling mag opleiden indien zij voldoet aan de landelijk opgestelde richtlijnen[1].

Een praktijkopleidingsinstelling wordt in het kader van erkenning (periodiek) gevisiteerd door een visitatiecommissie onder voorzitterschap van de hoofdopleider. Deze bepaalt of de instelling aan de landelijk vastgestelde richtlijnen voldoet en als opleidingsplek erkend kan worden of blijven.

De werkervaring binnen de praktijkopleidingsinstelling is gespreid over ten minste twee jaren en maximaal vier jaren en wordt in elk geval opgedaan met de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van orthopedagogische behandelings- en begeleidingsmethoden in opvoedings- en ontwikkelsituaties en in afhankelijkheidsrelaties.

Na toelating tot de opleiding is de opleidingsdeelnemer  aangesteld als werknemer bij een door de hoofdopleider erkende praktijkopleidingsinstelling. In die hoedanigheid verricht de opleidingsdeelnemer werkzaamheden die kenmerkend zijn voor de beroepsgroep van orthopedagogen-generalist onder verantwoordelijkheid van een BIG-geregistreerde werkbegeleider (zie paragraaf 2.5.3).

In het praktijkdeel staat het leren en werken in de praktijk en de reflectie daarop centraal. De opleidingsdeelnemer is in opleiding in de praktijk en ontvangt in deze setting praktijkonderwijs in de vorm van het oefenen met (nieuwe) vaardigheden, toepassen van kennis en reflectie op het eigen handelen. De feedback ontvangt de opleidingsdeelnemer van professionals te weten de praktijkopleider en de werkbegeleider,  én van de supervisor. De evaluatie en beoordeling van de praktijkopleiding vinden plaats in de praktijkopleidingsinstelling onder verantwoordelijkheid van de praktijkopleider, die hiervoor gemandateerd is door de hoofdopleider. De uiteindelijke beoordeling ligt bij de hoofdopleider.

De praktijkervaring wordt opgedaan bij de erkende praktijkopleidingsinstelling in een periode van twee tot maximaal vier jaar. Bij de fulltime variant werken deelnemers gedurende twee jaar vier dagen / 32 uur per week. Bij de parttime variant werken zij naar verhouding maar met een minimum van 16 uur per week.

Naast de dagelijkse praktijkwerkzaamheden is er tijd voor studie, reflectie en het maken van verslagen. De werkervaring wordt opgedaan aan de hand van een bij de start van de opleiding gemaakt individueel opleidingsplan onder begeleiding

[1] Zie document Taken en verantwoordelijkheden in de opleiding tot og vastgesteld werkbegeleider, supervisor). In het individueel opleidingsplan staan de werkzaamheden en leerdoelen beschreven. Zie verder hoofdstuk 2.5.